
In Nederland bestaat wetgeving die voorschrijft hoe vaak, met het oog op veiligheid en milieu, inspecties en onderhoud van stookinstallaties plaats moeten vinden.
De verplichte en minimale onderhouds- en inspectiefrequentie hangt af van het soort stookinstallatie. De wet maakt onderscheid tussen installaties waarvoor wel of geen milieuvergunning vereist is. Voor de eerste groep is in de vergunning opgenomen hoe en hoe vaak inspecties en onderhoud moeten plaatsvinden. De tweede groep valt onder het Activiteitenbesluit/het BEMS.
Met ingang van 1 januari 2008 zijn de meeste 8.40 Wet Milieubeheer AMvB’s (Algemene Maatregel van Bestuur) vervangen door het besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit).
Twee Wet Milieubeheer AMvB’s zijn niet gewijzigd, te weten:
Met het van kracht worden van het BEMS (1 april 2010) zijn ook deze twee AMvB's komen te vervallen en komen die inrichtingen ook onder het BEMS te vallen.
De nieuwe wetgeving verplicht in meer algemene zin de inrichtinghouder (eigenaar/beheerder van de stookinstallatie(s)) om “zijn zaakjes goed voor elkaar te hebben”, en biedt hem hierin de nodige vrijheid.
Indien hij in gebreke blijft zal het bevoegd gezag op wettelijk vastgestelde momenten met duidelijk meetbare maatstaven de inrichtinghouder hierop aanspreken en zal zo nodig bestuursdwang toepassen.
Met het nieuwe beleid biedt Agentschap NL de inrichtinghouder meer ruimte om met zijn verantwoordelijkheden om te gaan.
AFMELDSYSTEEM:
SCIOS gecertificeerde bedrijven maken gebruik van een centraal afmeldsysteem. Alle inspectieactiviteiten (ook de EBI's) worden aangemeld in het afmeldsysteem. Bij goedkeuring en het afgegeven van het benodigde certificaat worden de werkzaamheden afgemeld in het systeem. Milieuambtenaren en andere wetshandhavers hebben toegang tot dit systeem. In een oogopslag kunnen zij zien of een stookinstallatie aan alle door de wet gestelde eisen voldoet.
Toezicht
Verzekeringsmaatschappijen en overheidsinstanties, zoals gemeenten, milieudiensten en brandweer eisen dat al deze taken worden uitgevoerd door bevoegde partijen.
In het kader van milieu, energieverbruik (rendement) en veiligheid wordt meten en registreren steeds belangrijker. In toenemende mate worden verantwoordelijkheden bij de eigenaar/gebruiker van stookinstallaties neergelegd. Dat klinkt dramatischer dan het is. Wij kunnen u helpen bij het waarmaken van uw verantwoordelijkheden. Wij inspecteren en onderhouden de conditie van uw stookinstallatie(s) en bekijken of deze voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Op basis van deze inspecties adviseren wij u ook over de verbeter- en besparingsmogelijkheden van uw installatie(s).
Resultaat
De zekerheid van een optimaal functionerende installatie en u voldoet aantoonbaar aan de wet, zoals de milieuvergunningen, de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), het Activiteitenbesluit of het BEMS.
De inspectiebevindingen worden vastgelegd in een rapportage die voldoet aan de door SCIOS gestelde eisen. Deze eisen zijn gesteld om drie redenen:
een goede afstelling voorkomt onnodige toename van de emissie van schadelijke stoffen in de buitenlucht;
bewaken van het optimale rendement voorkomt onnodige verhoging van het energieverbruik;
door controle en afstellen van de aanwezige beveiligingen wordt bereikt dat het toestel veilig blijft functioneren.
Emissie
De verbranding verloopt minder goed (niet optimale gas/lucht verhouding) waardoor mogelijk meer stikstofoxiden (NOx) dan nodig gevormd worden. NOx draagt in belangrijke mate bij aan verzuring.
Door de minder goede verbranding wordt onverbrand gas (CH4) en onvolledig verbrand gas (CO) in het milieu gebracht. CH4 draagt bij aan het broeikaseffect en CO is een zeer giftig gas.
Energieverbruik
Door de minder goede verbranding wordt niet meer de maximale hoeveelheid warmte uit de brandstof gehaald. Het brandstofverbruik stijgt dus en daarmee ook de NOx en CO2-emissie. CO2 draagt in belangrijke mate bij aan het broeikaseffect. Door vervuiling van de warmtewisselaar wordt minder warmte overgedragen aan de installatie waardoor eveneens het brandstofverbruik toeneemt.
Veiligheid
De juiste verhouding tussen toegevoerde brandstof en verbrandingslucht is erg belangrijk voor het veilig functioneren van de installatie. Indien de verhouding verloopt kan door luchtgebrek onvolledige verbranding plaats vinden. Hierdoor ontstaat het eerder genoemde zeer giftige koolmonoxide (CO).
Beveiligingsorganen die niet regelmatig getest worden kunnen hun belangrijke functie verliezen.
Het gevolg kan zijn dat er een onveilige situatie ontstaat in de vorm van brand en/of een explosie.
Zie ook:
Uiteraard kunt u ook altijd contact opnemen met ons, wij kunnen u alle benodigde informatie verstrekken ten aanzien van uw (stook)installaties.