
Een van de doelstellingen van het kabinet 'Balkenende II' was vereenvoudiging en vermindering van wet- en regelgeving en het terugdringen van administratieve lasten. In het kader hiervan is het Agentschap NL in 2003 gestart met het doorlichten van de op dat moment geldende milieu wetgeving.
Hierbij is gezocht naar mogelijkheden tot het vereenvoudigen en verminderen van de regels.
Naast de activiteiten is er onderzoek gedaan naar het functioneren van de 8.40 AMvB's.
Conclusie van dit alles was om niet langer regels op te stellen per branche (zoals in de 8.40 AMvB's), maar per activiteit.
Bij het opstellen van het Activiteitenbesluit en het BEMS is een aantal uitgangspunten gehanteerd om tegemoet te komen aan de gestelde eisen.
Bij het vaststellen van de wettekst heeft men als basis gebruik gemaakt van een artikel in de Europese richtlijn voor het optimaliseren van het energiegebruik van gebouwen, de Energy Performance Building Directive (EPBD). Nederland heeft net als andere Europese landen de plicht deze richtlijn in de nationale wetgeving te implementeren. Een van de dingen die hierbij worden geregeld is de periodieke keuring van cv-ketels. De keuring heeft als doel om het energieverbruik te verminderen en de (schadelijke) emissies te beperken. Anders gezegd is het een bepaling of het toestel nog voldoende stooktechnisch rendement heeft. In de EPBD is hierover het volgende geformuleerd:
Artikel 4.1 - Keuring van stookinstallaties:
Met het oog op de vermindering van het energieverbruik en de beperking van kooldioxide-emissies:
Hoewel Nederland heeft besloten voor optie b), de zogenaamde stimuleringskeuze, heeft men er voor gekozen om de onder a) genoemde regelmatige keuring van c.v.-ketels op rendement als basistekst voor de betreffende wettekst in het nieuwe Activiteitenbesluit op te nemen. Maar beoordeling op rendement is wat anders dan beoordeling op veiligheid. De tekst past maar moeilijk in het gestroomlijnde systeem van EBI, PI en PO volgens het SCIOS-stramien.
Met betrekking tot stookinstallaties zijn de 'zorgplicht' en het 'in werking hebben van een stookinstallatie' relevant.
Artikel 4.1: Het in werking hebben van een stookinstallatie
Dit artikel beschrijft de eisen die gesteld worden aan verwarmings- of stookinstallaties.
Samengevat betreft het de volgende eisen:
Nominaal vermogen GAS gestookte installaties:
< 100 kW - Geen keuringseisen
> 100 kW - Ten minste 1 maal per 4 jaar
Nominaal vermogen NIET GAS gestookte installaties:
< 20 kW - Geen keuringseisen
20 < 100 kW - Ten minste 1 maal per 4 jaar
> 100 kW - Ten minste 1 maal per 2 jaar
MAAR LET OP: De wetgever stelt minimale eisen.
Een doelmatige en echt functionele onderhouds- en inspectiefrequentie van stookinstallaties is mede afhankelijk van het doel van de installatie en de omgeving en de daarbij behorende factoren, waarin de installatie geplaatst is. Om dit alles op de juiste wijze te bepalen dient er bij ingebruikname een risico-inventarisatie te worden verricht. De uitkomsten daarvan liggen vast in het rapport van de Eerste Bijzondere Inspectie (EBI). Onderhoud van stookinstallaties is privaatrechtelijk geregeld via de zorgplicht.
HET TOTAAL VERMOGEN TELT!!
Niet zelden worden relatief kleine stookinstallaties samengevoegd tot een grote stookinstallatie (bijvoorbeeld: het cascadesysteem). Is het totaal vermogen van een dergelijke installatie gelijk of hoger dan 100 kW, dan zijn tevens de wettelijk verplichte keuringen van toepassing. Kijk ook hier voor aanvullend schrijven van Ministerie van VROM.
Naast het Activiteitenbesluit heeft Agentschap NL ook een artikelsgewijze toelichting op het Activiteitenbesluit gepubliceerd.
Samengevat geeft dit document volgende toelichting:
De gestelde keuringsfrequentie en de gehanteerde grenswaarde voor vermogen zijn het gevolg van de implementatie van de richtlijn 1006/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze richtlijn heeft tot doel het stimuleren van verbeterde energieprestatie voor gebouwen en voorziet daartoe in artikel 8 in de regelmatige keuring van cv ketels.
Het is van belang dat de degene die de inrichting drijft de door de leverancier van een verwarmings- of stookinstallatie geleverde gebruiksaanwijzingen, behorende bij die installatie nauwgezet volgt.
Bij het voor het eerst in gebruik nemen van een verwarmings- of stookinstallatie is het bovendien voor degene die de inrichting drijft van belang dat hij een rapport (basisrapport / EBI rapport) herkrijgt waaruit blijkt dat de installatie aan de eisen voldoet waaraan de installatie volgens dit artikel ten minste moet voldoen. In het kader van de handhaving kan het bevoegd gezag hem immers vragen aan te tonen dat de installatie aan de eisen voldoet.
Uiteraard kunt u ook altijd contact opnemen met ons, wij kunnen u alle benodigde informatie verstrekken ten aanzien van uw (stook)installaties.