Home Home Links Links Links Vacatures Contact Partners Contact Contact Client login Personeelslogin Client login Cliënt login

Contactgegevens

Van Empel Inspecties & Advisering bv
Postadres
Postbus 31
5570 AA BERGEIJK
Bezoekadres
Elskensakker 44
5571 SK BERGEIJK

Tel: +31 (0)497 – 55 05 06
Fax: +31 (0)497 – 55 05 07

E info@vanempelinspecties.com

Waarom het Activiteitenbesluit en het BEMS

Een van de doelstellingen van het kabinet 'Balkenende II' was vereenvoudiging en vermindering van wet- en regelgeving en het terugdringen van administratieve lasten. In het kader hiervan is het Agentschap NL in 2003 gestart met het doorlichten van de op dat moment geldende milieu wetgeving.
Hierbij is gezocht naar mogelijkheden tot het vereenvoudigen en verminderen van de regels.
Naast de activiteiten is er onderzoek gedaan naar het functioneren van de 8.40 AMvB's.
Conclusie van dit alles was om niet langer regels op te stellen per branche (zoals in de 8.40 AMvB's), maar per activiteit.

Bij het opstellen van het Activiteitenbesluit en het BEMS is een aantal uitgangspunten gehanteerd om tegemoet te komen aan de gestelde eisen.
 

  • De regels moeten relevante en herkenbare milieudoelen bevatten. Hiermee wordt bedoeld dat aan bedrijven met een geringe milieubelasting een beperkt aantal regels worden gesteld.
  • De regels moeten goed uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Heldere en eenduidige voorschriften welke ook voor kleine inrichtingen hanteerbaar zijn.
  • De regels moeten zoveel mogelijk uniform zijn maar ook ruimte bieden voor flexibiliteit en innovatie. Voor de meeste inrichtingen wordt volstaan met de algemene regels. In specifieke gevallen heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om zogeheten maatwerkvoorschriften te hanteren.
  • De regels moeten leiden tot minder administratieve lasten. 

 

Bij het vaststellen van de wettekst heeft men als basis gebruik gemaakt van een artikel in de Europese richtlijn voor het optimaliseren van het energiegebruik van gebouwen, de Energy Performance Building Directive (EPBD). Nederland heeft net als andere Europese landen de plicht deze richtlijn in de nationale wetgeving te implementeren. Een van de dingen die hierbij worden geregeld is de periodieke keuring van cv-ketels. De keuring heeft als doel om het energieverbruik te verminderen en de (schadelijke) emissies te beperken. Anders gezegd is het een bepaling of het toestel nog voldoende stooktechnisch rendement heeft. In de EPBD is hierover het volgende geformuleerd:

 

Artikel 4.1 - Keuring van stookinstallaties:
Met het oog op de vermindering van het energieverbruik en de beperking van kooldioxide-emissies:

  • nemen de Iidstaten de noodzakelijke maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van c.v.-ketels die werken op niet-hernieuwbare, vloeibare of vaste brandstof en een nominaal vermogen hebben van 20 tot 100 kW. De keuring kan ook worden ingesteld voor ketels die op andere brandstoffen werken; dienen c.v.-ketels met een nominaal vermogen van meer dan 100 kW ten minste om de twee jaar gekeurd te worden; voor gasketels ten minste om de vier jaar; stellen de lidstaten voor verwarmingsinstallaties met ketels met een nominaal vermogen van meer dan 20 kW die ouder zijn dan 15 jaar, de noodzakelijke maatregelen vast voor een eenmalige keuring van de gehele verwarmingsinstallatie. Aan de hand van deze keuring, die een beoordeling dient te omvatten van het rendement van de ketel en van de ketelgrootte ten opzichte van de verwarmingsbehoeften van het gebouw, adviseren de deskundigen de gebruikers over vervanging van de ketel(s), andere wijzigingen van het verwarmingssysteem en alternatieve oplossingen; of
  • nemen de Iidstaten de noodzakelijk maatregelen om ervoor te zorgen dat de gebruikers geadviseerd worden over vervanging van de c.v.-ketels, andere wijzigingen van het verwarmingssysteem en alternatieve oplossingen, die keuringen kunnen inhouden om de doeltreffendheid en de juiste grootte van de ketel te beoordelen. Deze aanpak dient bij benadering hetzelfde resultaat op te leveren als het bepaalde onder a). De Iidstaten die voor deze optie kiezen, brengen bij de Commissie om de twee jaar verslag uit over de gelijkwaardigheid van hun benadering.

Hoewel Nederland heeft besloten voor optie b), de zogenaamde stimuleringskeuze, heeft men er voor gekozen om de onder a) genoemde regelmatige keuring van c.v.-ketels op rendement als basistekst voor de betreffende wettekst in het nieuwe Activiteitenbesluit op te nemen. Maar beoordeling op rendement is wat anders dan beoordeling op veiligheid. De tekst past maar moeilijk in het gestroomlijnde systeem van EBI, PI en PO volgens het SCIOS-stramien.
 

Met betrekking tot stookinstallaties zijn de 'zorgplicht' en het 'in werking hebben van een stookinstallatie' relevant.

Artikel 4.1: Het in werking hebben van een stookinstallatie
Dit artikel beschrijft de eisen die gesteld worden aan verwarmings- of stookinstallaties.
Samengevat betreft het de volgende eisen:
 

Nominaal vermogen GAS gestookte installaties:

< 100 kW - Geen keuringseisen

> 100 kW - Ten minste 1 maal per 4 jaar

 

Nominaal vermogen NIET GAS gestookte installaties:

< 20 kW - Geen keuringseisen

20 < 100 kW - Ten minste 1 maal per 4 jaar

> 100 kW - Ten minste 1 maal per 2 jaar

 

MAAR LET OP: De wetgever stelt minimale eisen.

Een doelmatige en echt functionele onderhouds- en inspectiefrequentie van stookinstallaties is mede afhankelijk van het doel van de installatie en de omgeving en de daarbij behorende factoren, waarin de installatie geplaatst is. Om dit alles op de juiste wijze te bepalen dient er bij ingebruikname een risico-inventarisatie te worden verricht. De uitkomsten daarvan liggen vast in het rapport van de Eerste Bijzondere Inspectie (EBI). Onderhoud van stookinstallaties is privaatrechtelijk geregeld via de zorgplicht.

 

HET TOTAAL VERMOGEN TELT!!

Niet zelden worden relatief kleine stookinstallaties samengevoegd tot een grote stookinstallatie (bijvoorbeeld: het cascadesysteem). Is het totaal vermogen van een dergelijke installatie gelijk of hoger dan 100 kW, dan zijn tevens de wettelijk verplichte keuringen van toepassing. Kijk ook hier voor aanvullend schrijven van Ministerie van VROM.

 

  • Bij de keuring dient veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid gecontroleerd te worden.
  • De keuring omvat de afstelling voor de verbranding, het systeem voor de toevoer van brandstof en de afvoer van verbrandingsgassen.
  • De keuring dient te worden verricht door een persoon die beschikt over een geldig certificaat dat is afgegeven door een instelling die door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd teneinde uitvoering te kunnen geven aan de beoordelingrichtlijn voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties aan stookinstallaties van de Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties of aantoonbare voldoet aan eisen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die beoordelingrichtlijn.
  • Wanneer uit een keuring blijkt dat de verwarmings- of stookinstallatie onderhoud behoeft vindt dat onderhoud binnen twee weken na de keuring plaats. Degene die de inrichting drijft vraagt een bewijs waaruit blijkt wanneer, door wie en welk onderhoud is verricht.
  • Het laatst opgestelde keuringsrapport en het laatst opgestelde onderhoudsbewijs worden bewaard.

 

Naast het Activiteitenbesluit heeft Agentschap NL ook een artikelsgewijze toelichting op het Activiteitenbesluit gepubliceerd.


Samengevat geeft dit document volgende toelichting:
De gestelde keuringsfrequentie en de gehanteerde grenswaarde voor vermogen zijn het gevolg van de implementatie van de richtlijn 1006/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze richtlijn heeft tot doel het stimuleren van verbeterde energieprestatie voor gebouwen en voorziet daartoe in artikel 8 in de regelmatige keuring van cv ketels.

Het is van belang dat de degene die de inrichting drijft de door de leverancier van een verwarmings- of stookinstallatie geleverde gebruiksaanwijzingen, behorende bij die installatie nauwgezet volgt.

Bij het voor het eerst in gebruik nemen van een verwarmings- of stookinstallatie is het bovendien voor degene die de inrichting drijft van belang dat hij een rapport (basisrapport / EBI rapport) herkrijgt waaruit blijkt dat de installatie aan de eisen voldoet waaraan de installatie volgens dit artikel ten minste moet voldoen. In het kader van de handhaving kan het bevoegd gezag hem immers vragen aan te tonen dat de installatie aan de eisen voldoet.

 

Uiteraard kunt u ook altijd contact opnemen met ons, wij kunnen u alle benodigde informatie verstrekken ten aanzien van uw (stook)installaties.

Veritas
VCA

© 2012 van Empel Inspecties | Alle rechten voorbehouden

webdesign & cms by We Provide