
Ook de brandstoftoevoerleidingen naar grote toestellen worden bij ingebruikname en vervolgens periodiek gekeurd/geïnspecteerd. In de genoemde besluiten maken ze deel uit van de keurings-/inspectieverplichting. In geval van olie als brandstof betreft het de leiding (of leidingen bij een tweepijpsysteem) van reservoir tot de verwarmings- of stookinstallatie. Dit is eveneens het geval bij propaan, butaan of mengsels als brandstof. Bij aardgas als brandstof betreft het de leiding van het Ieverpunt van de gasleverancier (de gasmeter) tot de verwarmings- of stookinstallatie. Voor aardgas- en olieleidingen is in de SCIOS-regeling vastgelegd wat de omvang van de werkzaamheden inhoudt. Voor olieleidingen en vloeibaar gasleidingen is dit tevens beschreven in de van toepassing zijnde PGS-publicatie (PGS = Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen).
Voor brandstofleidingen bestaan er twee werkgebieden:
Omdat inspecties aan brandstofleidingen geheel afwijken van inspecties aan stooktoestellen en hun afvoersystemen, bestaat hiervoor een aparte scope in de SCIOS-regeling, namelijk scope 7 (brandstoftoevoerleidingen). Deze beschrijft (voorlopig) alleen aardgasleidingen. De scope is afgeleid van normen die vanuit het Bouwbesluit 2012 zijn aangewezen.
Scope 7a is van toepassing voor bouwgebonden toepassingen, dus aardgastoevoerIeidingen naar installaties voor ruimteverwarming en voor industriele toepassingen met een gasdruk < 0,5 bar (= < 500 mbar). Voor installaties in gebouwen gelden de in het Bouwbesluit aangewezen normen NEN 1078, NEN 8078 en de praktijkrichtlijn NPR 3378. Tevens is van toepassing de EN 1775.
Scope 7b is van toepassing voor leidingen voor industriële toepassingen met een gasdruk > 0,5 bar (= > 500 mbar). Hiervoor geldt de vanuit het Bouwbesluit aangewezen norm NEN 15001 en de NEN2078.
Scope 7c is van toepassing voor olieleidingen.
Voor scope 7a-leidingen, vindt een “kleine” periodieke keuring/inspectie plaats na 4 jaar en een “grote” periodieke keuring/inspectie na 8 jaar. Bij scope 7b-leidingen, vindt jaarlijks een “kleine” keurig/inspectie en een “grote” periodieke keuring/inspectie na 5 jaar. Bij scope 7c-olieleidingen is de inspectiefrequentie afhankelijk van de toestelinspectie frequentie. Bij de periodieke keuringen/inspecties wordt de staat, waarin de leidingen verkeren, beoordeeld.
Bij de eerste inspectie wordt een basisrapport opgemaakt. Dit en de bijbehorende inspectieverklaring wordt, bij goedkeuring, aan de opdrachtgever ter hand gesteld opgestuurd en komt eveneens in het installatiedossier.
Eerste inspectie brandstoftoevoerleidingen
Omdat elk Ieidingsysteem voor de toevoer van brandstof uniek is, is het van belang dat al in het ontwerpstadium de brandstoftoevoerleidingen worden gecontroleerd tijdens het ontwerp, bij de aanleg en in de fase van ingebruikname van de leiding of deze is ontworpen, aangelegd en beproefd volgens de (nationaal) geldende veiligheidsvoorschriften en de voorschriften van de leveranciers inzake veiligheid en milieubescherming. Daarnaast zal het beoordelen of de leiding in de omgeving waarin ze is gelegd voldoet aan de relevante voorschriften opdat de leiding ook op de lange termijn veilig kan functioneren en het milieu niet onnodig belast. De meet- en beoordelingsgegevens worden in een rapport verwerkt: het basisverslag “Brandstoftoevoerleiding”. Dit basisverslag bevat niet alleen de feitelijke meetgegevens maar ook aanwijzingen bestemd voor medewerkers periodieke inspectie om hun werkzaamheden in de toekomst snel en adequaat te kunnen verrichten. Als de leiding voldoet aan de eisen wordt een “certificaat van ingebruikname” afgegeven. Zowel het basisverslag als het certificaat worden toegevoegd aan het installatiedossier. Ook voor brandstoftoevoerleidingen is de in het basisverslag opgegeven frequentie het uitgangspunt voor een goed en veilig functioneren.
Periodieke inspectie brandstofleidingen
Bij de periodieke inspectie aan brandstoftoevoerleidingen wordt beoordeeld of een leiding met toebehoor nog in een zodanige staat verkeert, dat deze aan de geldende eisen inzake veiligheid en milieu voldoet. Dit omvat een controle op de staat van de leiding en de functionaliteit van de afsluiters. Indien van toepassing wordt ook de juiste afstelling van de gasdrukregelapparatuur tijdens normaal bedrijf en van beveiligingsapparatuur bij afwijkende omstandigheden gecontroleerd. Ook controles op dichtheid van de leiding en het detecteren van eventuele lekken behoren daartoe. Dit geschiedt aan de hand van de in het basisverslag vastgelegde gegevens. Indien gebreken worden aangetroffen wordt de opdrachtgever verzocht om herstel- of onderhoudswerkzaamheden uit te laten voeren. Aan hetgeen in het Activiteitenbesluit “periodieke keuring” wordt genoemd, wordt voldaan als zo'n bovenstaande inspectie wordt uitgevoerd. Herstel van gebreken moeten zo snel mogelijk worden uitgevoerd (binnen twee weken voor inrichtingen vallend onder het Activiteitenbesluit). Hier vindt onderhoud/reparatie dus na periodieke inspectie plaats. Dit kan omdat een brandstofleiding, op eventuele afsluiters en regelaars na, geen bewegende delen bevat. De kwaliteitsachteruitgang wordt dan ook vooral veroorzaakt door veroudering van de materialen en door corrosieprocessen.
Herstelwerkzaamheden waarbij de veiligheid in het geding kan zijn, worden door gekwalificeerde installatie- of onderhoudsbedrijven uitgevoerd. Als de werkzaamheden geen gastechnische veiligheidsrisico's met zich mee brengt (b.v. schilderen van een bovengrondse leidingen e.d.), dan kunnen deze werkzaamheden afhankelijk van de kwalificaties van het personeel, ook door bijvoorbeeld de eigen technische dienst worden uitgevoerd.
Opslag
Voor de opslag van vloeibaargasinstallaties is, afhankelijk van de inhoud, PGS20 of PGS21 van toepassing. Hierin worden ook eisen gesteld met betrekking tot de ingebruiknamekeuring en periodieke keuringen van de gasleidingen. Voor het uitvoeren van periodieke keuringen geldt een uiterste termijn van 6 jaar. Zie de betreffende publicatie (deze zijn te downloaden op www.vrom.nl) voor de kwalificatie-eisen die worden gesteld aan degenen die deze werkzaamheden mogen verrichten.
De opslag is niet opgenomen in het Activiteitenbesluit, maar geregeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur. Voor de opslag van gasolie is PGS28 (ondergrondse opslag) of PGS30 (kleine bovengrondse opslag) van toepassing. Ook hier worden eisen gesteld met betrekking tot ingebruiknamekeuring en periodieke keuringen van de brandstofleidingen. Voor het uitvoeren van periodieke keuringen geldt volgens deze norm een maximale termijn van 15 jaar.
Voor meer informatie zie ook pagina 22, 23 en 24 van SCIOS - het Activiteitenbesluit & het BEMS.
Uiteraard kunt u ook altijd contact opnemen met ons, wij kunnen u alle benodigde informatie verstrekken ten aanzien van uw (stook)installaties.