
Het is op zich niet nieuw dat de wetgever naast concrete eisen ook “kapstok-eisen” formuleert om te bereiken dat ook de niet voorziene omstandigheden door de betreffende wet worden gedekt. In dat geval gaat de reikwijdte echter veel verder. Het beleid van de overheid is er namelijk steeds meer op gericht om de burger en de ondernemer zelf nadrukkelijk meer eigen verantwoordelijkheid jegens de omgeving te laten nemen. Strikte regelgeving tot in het kleinste detail geformuleerd, verdoezelt de eigen verantwoordelijkheid en leidt er toe dat velen er een “sport” van maken om zo dicht mogelijk langs het randje te lopen. Door het opleggen van een zorgplicht daarentegen wordt aangestuurd op het accentueren van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die elke burger en ondernemer heeft.
Het door de overheid gewenste gevolg voor het nadrukkelijk opvoeren van de zorgplicht in het Activiteitenbesluit is, dat de ondernemer zich verplicht voelt vooraf na te denken hoe hij in zijn bedrijf de risico's voor de omgeving zo veel mogelijk beperkt.
Achteraf (wanneer zich een incident heeft voorgedaan) oordelen en dan maatregelen voor de toekomst nemen is er niet meer bij. Hij zal na een incident worden afgerekend op het niet goed ingeschat hebben van de risico's waardoor hij bijgevolg de noodzakelijke preventieve maatregelen niet heeft getroffen. Natuurlijk kan een ondernemer niet zelf alle mogelijke risico's inschalen. Hij zal hiervoor ondersteuning nodig hebben van deskundigen. Hoewel hij altijd zelf verantwoordelijk blijft voor de gevolgen van incidenten in zijn bedrijf zal de rechter in belangrijke mate rekening houden met het feit dat hij gebruik heeft gemaakt van ingehuurde deskundigheid. Voor veilig en milieuvriendelijk functioneren van stookinstallaties is een SCIOS gecertificeerd bedrijf de aangewezen deskundige.
De functie van deze concrete eisen is nadrukkelijk niet dat de ondernemer hiermee meer ruimte wordt geboden ten opzichte van de oude regels, zodat hij het “niet meer zo nauw hoeft te nemen”. Hij mag deze eis dus bijvoorbeeld niet zodanig interpreteren dat hij pas na vier jaar hoeft vast te laten stellen of de stookinstallatie veilig is en aan alle milieu- en rendementseisen voldoet. Nee, op grond van de zorgplicht dient hij er voor te zorgen dat de installatie ALTIJD aan de eisen voldoet. Het doel van de concrete eisen in artikel 4.18 is om het bevoegd gezag een middel te verschaffen om na twee of vier jaar adequaat op te treden.
Artikel 2. 1 Zorgplicht:
Het is niet mogelijk en ook niet wenselijk om alle milieubelastende situaties te beschrijven én te reguleren in het Activiteitenbesluit. Dit zou leiden tot een te omvangrijk document. Om er toch voor te zorgen dat een ondernemer voldoende aandacht besteed aan de bescherming van het milieu zijn er zorgplicht-bepalingen opgenomen in het besluit.
Artikel 2.1 stelt:
Degene die een inrichting drijft en veel of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
Anders gezegd:
wanneer een eigenaar van een bedrijf weet of had kunnen weten dat zijn activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu, en wanneer dit niet of onvoldoende door het Activiteitenbesluit is geregeld, hij daarvoor maatregelen dient te nemen om dit te voorkomen of te beperken.
Voor stookinstallaties wordt onder het voorkomen of beperken van nadelige gevolgen voor het milieu verstaan:
Het artikel is algemeen gesteld en niet concreet in getallen of termijnen (b.v. voor emissiewaarde of onderhoudsintervallen). Wanneer het bevoegd gezag echter constateert dat het milieu wordt geschaad heeft men wel de mogelijkheid om op basis van de zorgbepaling te handhaven.