Een veilige woning voor u en of uw huurders

Tot medio 1998 werden de installaties (gas en elektra) in een woning bij een aan- of verkoopsituatie altijd gekeurd door de energiebedrijven. Hierdoor bleef de kwaliteit van de installaties op peil, omdat er bij gevonden gebreken direct maatregelen genomen moesten worden door de eigenaar. De energiebedrijven sloten anders een woning niet aan op de energievoorzieningen. Door de privatisering van deze bedrijven en veranderde wetgeving van de overheid is deze controle helemaal weggevallen en is de staat en toestand van de installaties in de woning geheel voor rekening, risico en verantwoording van de eigenaar.

Over veilig wonen gesproken…

In de jaren na 1998 is veelvuldig gebleken dat installaties niet voldoen waarna de branche zich heeft verenigd en gezamenlijk beoordelingsafspraken hebben gemaakt welke zijn vastgelegd in de NTA 8025 (Nederlandse Technische Afspraak). Het doel van de beoordeling van de veiligheid is te bepalen van bestaande technische installaties. Uitgangspunt van een onderzoek conform de NTA 8025 is of de bestaande technische voorzieningen voldoen aan de veiligheidsbepalingen, zoals omschreven in de desbetreffende normen, dan wel aan het maatschappelijk aanvaardbare veiligheidsniveau volgens deze NTA.
Momenteel voldoen naar schatting de gas- en elektrische installaties in meer dan helft van de woningen niet aan de veiligheidseisen. Cijfers van het CBS laten zien dat in meer dan 44% van de binnenhuisbranden een onveilige installatie deze brand veroorzaakte en/of verergerde. Vaak is zelfs sprake van een ronduit gevaarlijke situatie met brand- of ontploffingsgevaar. Daarom is het verstandig om uw gas- en elektrasysteem periodiek te laten inspecteren. Een zeer goed moment is het uiteraard als u een nieuwe woning koopt. Onze inspecteurs zijn opgeleid en met de benodigde apparatuur uitgerust om de elektra en gasinstallaties conform deze norm te inspecteren. De inspecteurs zijn tevens voorzien van een gasdetector. Tijdens de inspectie van de woning wordt ondermeer constant het CO gehalte gemeten. Deze meting zal een alarmsignaal veroorzaken bij overschrijding van de maximaal aanvaarde concentratie van verontreiniging. Daarbij zullen wij tevens het CO gehalte in het rookgasafvoersysteem bemeten, dit is een van de belangrijkste bronnen van CO vorming vandaar erg belangrijk.

NTA 8025

Met de Nederlandse Technische Afspraak NTA 8025 zijn voor Nederland algemene eisen gegeven voor de periodieke beoordeling van de veiligheid van technische installaties en technische voorzieningen in woningen en een advies om eventuele defecten weg te nemen.
Het betreft technische en procedurele afspraken. Het beoordelen van nieuwe technische installaties en nieuwe technische voorzieningen is niet in de NTA 8025 opgenomen, doch elders geregeld, evenals het beoordelen na uitbreidingen, wijzigingen of reparaties.

Technische installaties in woningen zijn

  • elektrische installaties die het elektrische materieel omvatten ten behoeve van de opwekking, het transport, de omzetting en het gebruik van elektrische energie en die een vast onderdeel vormen van het gebouw;
  • gasinstallaties met vast aangesloten apparatuur, afvoeren en ventilatie ten behoeve van de veilige werking van gasapparatuur;
  • leidingwaterinstallaties met appendages, warmwaterbereiders, terugstroombeveiligingen, drukbeveiligingen en dergelijke.

Technische voorzieningen in woningen zijn

  • elektrische apparatuur die wordt gebruikt in woningen zoals versterkers, CAI, data, telefoon, videonetten, bewakingsinstallatie en domotica, alsmede snoeren, verdeeldozen en driewegstekkers en alles waarbij elektrische energie wordt toegepast;
  • niet vast aangesloten gasapparatuur met slangen, afsluiters, koppelingen en veiligheidsvoorzieningen zoals schermen en standaards;
  • veelal niet vast aangesloten voorzieningen voor het gebruik van leidingwater zoals wasmachines, tuinsproeiers en dergelijke, inclusief slangen en koppelingen.

De elektrische installatie en elektrische voorziening

  • de gevaren die zijn verbonden aan het gebruik van elektrische energie, zoals aanrakingsgevaar, brandgevaar en de invloed van vocht op de veiligheid bij normaal bedrijf en bij defecten;
  • de functie van isolatie, afscherming, beschermingsgraad van omhulling en de wijze waarop deze zijn genormeerd;
  • de functie van veiligheidsvoorzieningen, zoals overstroombeveiliging, extra isolatie, veiligheidsaarding, aardlekschakelaar, SELV-keten en potentiaalvereffening;
  • de wijze waarop bij elektrische installatie en elektrische voorziening in de woning veiligheidsvoorzieningen voor het wegnemen van de gevaren zijn toegepast;
  • mogelijke gevaren die op kunnen treden bij het gebruik door leken van elektrische installatie en elektrische voorziening in woningen;
  • het uitvoeren en interpreteren van elektrische metingen, met de hem ter beschikking staande instrumenten, zoals isolatieweerstand, aardverspreidingsweerstand, circuitimpedantie en aanspreekstroom en aanspreektijd van aardlekschakelaars, volgens deze NTA;
  • het uitvoeren van werkzaamheden volgens NEN-EN 50110-1 en NEN 3140.

De gasinstallatie en gasvoorziening

  • de gevaren die zijn verbonden aan het gebruik van gas, zoals brandgevaar, ontploffingsgevaar en toxiciteit van gas;
  • de materialen van gasleidingen, de verbindingen en de maatregelen tegen corrosie of aantasting door chemische stoffen of ultraviolet licht;
  • de materialen van rookgasafvoeren, de brandvrije ligging, de verbindingen, de vloer en geveldoorvoeren en de werking van rookgasafvoerleidingen en beveiligingen;
  • de luchttoevoer- en ventilatieopeningen in opstellingsruimten;
  • de functie van de rookgasklep bij een blokkenvuurtoestel van type 2;
  • de wijze waarop bij gasinstallatie en gasvoorziening in de woning veiligheidsvoorzieningen zijn toegepast voor het wegnemen van de gevaren;
  • mogelijke gevaren die op kunnen treden bij het gebruik door leken van gasinstallatie en gasvoorziening in woningen;
  • het uitvoeren en interpreteren van gastechnische metingen, met de hem ter beschikking staande instrumenten, zoals het bepalen van de CO in de rookgassen bij verschillende type toestellen en het bepalen van de gasdichtheid van gasleidingen.

De leidingwaterinstallatie en leidingwatervoorziening

  • de gevaren die zijn verbonden aan het gebruik van leidingwater zoals legionella, leidingen die niet worden gebruikt en het binnendringen in leidingen van andere stoffen dan leidingwater;
  • de materialen van leidingwaterleidingen, de verbindingen en de maatregelen tegen corrosie of aantasting door chemische stoffen of ultraviolet licht;
  • de functie van stopkranen en toestelkranen en van drukregelaars en de maatregelen tegen gevaren, zoals beluchting ventielen en keerkleppen;
  • de noodzakelijke afstand tussen uitstroomopeningen en afvoerleidingen;
  • het uitvoeren en interpreteren van temperatuurmetingen van leidingwater en de werking van de regelthermostaat bij voorraadtoestellen.

Meer informatie