Biomassa installaties

Met verbrandingsinstallaties kan biomassa worden omgezet in warmte en elektriciteit. Daarvoor zijn verschillende soorten biomassa beschikbaar. Ook voor dit type installaties hebben wij alle expertise in huis.

SCIOS Scope 5a

Biomassa is ten opzichte van zon-, wind- en hydro-energie wereldwijd vooralsnog het meest gebruikte alternatief ten opzichte van fossiele brandstoffen, zoals kolen, aardolie en gas. Het is een verzamelnaam voor vele soorten organische stoffen die als energiedrager worden ingezet. Grondstoffen kunnen zowel producten als reststromen zijn afkomstig uit de landbouw, de voedselindustrie en de bos- en houtsector. Ze kunnen ook voortkomen uit huishoudelijk afval, industriële residuenstromen, landschapsbeheer et cetera. De laatste ontwikkeling is de teelt van algen. Biomassa kan zowel vast, vloeibaar, als een gasvormig zijn. Sommige eindproducten, zoals brandhout, worden onverwerkt ingezet, anderen ondergaan eerst een complex technologisch verwerkingsproces, zoals biobrandstoffen.

De term biomassa is in principe inherent aan energie uit een hernieuwbare bron. Ook wordt de term ‘duurzaam’ (dat verder gaat dan de term ‘hernieuwbaar’) steeds vaker vanzelfsprekend gekoppeld aan de term biomassa. Biomassa uit niet-hernieuwbare of niet-duurzame bronnen wordt niet-duurzame biomassa genoemd. Het blijft daarmee wel biomassa. Turf, dat gewonnen wordt uit veen, wordt daarentegen meestal gerekend tot de fossiele brandstoffen. Sommigen vinden dit onterecht, omdat veengebieden op bepaalde locaties of in bepaalde landen veel zonne-energie vastleggen. Turfwinning zou, volgens hen, duurzaam zijn. Daarnaast wordt de term biomassa steeds vaker gebruikt buiten de context van hernieuwbare energie. Zo wordt ‘biomassa’ in het kader van de ‘biobased economy’ verwerkt tot producten met veel toegevoegde waarde, zoals bijvoorbeeld bioplastic.

Wijziging: ruimere emissie-eis ketels 1-5 MW

De huidige NOx-emissie-eis van 200 mg/Nm3 maakte het in de praktijk bijna onmogelijk om kleinschalige biomassaprojecten te realiseren. Aanvankelijk was in de vierde tranche van het Activiteitenbesluit een verruiming voorzien naar 230 mg/Nm3. Deze verruiming bleek door de kwaliteit van de toe te passen lokale biomassa zeer moeilijk haalbaar. Daarom heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het voornemen de emissie-eis te verruimen naar 275 mg/Nm3.

In Nederland zijn een aantal typen vaste brandstoffen aangewezen die gebruikt mogen worden:

  • Pellets met NTA 8080 certificaat
  • Pellets met DIN ++ certificaat
  • A 1 stukhout
  • Houtsnippers van A 1 hout

De brandstof zou moeten voldoen aan de Richtlijn 2009/28/EG (Renewable Energy Directive)

NOx-emissie-eis biomassastook 1-5 MW
Activiteitenbesluit Ontwerp 4e tranche wijziging Voornemen
200 mg/Nm3 230 mg/Nm3 275 mg/Nm3

Wijziging: eenvoudiger stofmeting

Voor kleine ketels tot 400 kW bleken de kosten van een stofmeting relatief zwaar te drukken op de investering. Om hieraan tegemoet te komen wil het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de Activiteitenregeling aanpassen. Voor deze kleine biomassaketels zal geen stofmeting meer vereist zijn. De eigenaar moet dan wel een meetrapport van de leverancier kunnen overleggen. Hieruit moet blijken dat de ketel voldoet aan de emissiegrenswaarden van het besluit. In de ketelinstallatie moet dan wel het houttype worden gestookt dat ook gebruikt is voor het meetrapport. Daarnaast wordt voor ketels kleiner dan 1 MW de meetonzekerheidseis verruimd naar 40% van de emissiegrenswaarde. Hierdoor kunnen eenvoudiger meetmethodes worden toegepast, zoals dat ook in Duitsland is toegestaan.

Wijziging: inwerkingtreding

De wijzigingen treden naar verwachting in de tweede helft van 2015 in werking. Dat kan pas nadat het ontwerpbesluit en de ontwerpregeling de gehele totstandkomingsprocedure hebben doorlopen. Onderdeel daarvan is de zogenoemde nahangprocedure, die het parlement in staat stelt van het besluit en de regeling kennis te nemen. Het is daarom goed te weten wat de plannen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zijn voor het geval er op korte termijn projecten starten in uw gemeente.

Misverstand: meet- en keuringsfrequentie biomassaketels

In de praktijk bestaan er misverstanden over de meetfrequentie voor biomassaketels. Een biomassaketel tot 15 MW:

  • moet iedere twee of vier jaar worden gekeurd (afhankelijk van het vermogen). Een keuring richt zich op energiezuinigheid, een optimale verbranding en veilig functioneren. Een emissiemeting maakt daarom geen onderdeel uit van de keuring.
  • hoeft alleen te worden gemeten als een emissie-eis van toepassing wordt. Dus bij ingebruikname van een nieuwe ketel of het van kracht worden van een andere emissie-eis. In de praktijk betekent meestal dat er maar één meting nodig is.

Voor een biomassaketel groter dan 15 MW moet het keuringsregime, de emissie-eis en bijhorende meetverplichting worden ondergebracht in de milieuvergunning.

Misverstand: nieuwe emissie-eisen voor bestaande biomassaketels

Voor biomassaketels van 1-15 MW die voor 1 april 2010 in bedrijf zijn genomen, gaan per 1 januari 2017 dezelfde emissie-eisen gelden als nu al van toepassing zijn voor nieuwe biomassaketels. Dit geldt niet voor biomassaketels kleiner dan 1 MW. Voor biomassaketels kleiner dan 1 MW die voor 1-1-2013 in gebruik zijn genomen, blijven de huidige emissie-eisen gelden tot het moment dat de branders worden vervangen.
Wilt u meer informatie over biomassa installaties, de eisen met betrekking tot inspecties, emissie-eisen (fijnstof en dergelijke) en meetverplichtingen vanuit het Activiteitenbesluit? Wij maken het graag helder voor u! Neem gerust contact op.

Offerte aanvragen